Leesvoer

Analyse voor het CO aangewezen hengsten 2018

23/01/2018

Tijdens de derde bezichtiging zijn 25 hengsten aangewezen voor het Centraal onderzoek. De vraag die dan gesteld wordt, hoe goed is deze lichting hengsten? Een analyse.

Aantallen
Bij de selectie van hengsten staat kwaliteit vanzelfsprekend voorop. Het aantal aangewezen hengsten is daarom geen doel op zich. Wel kan gesteld worden dat met 25 aangewezen hengsten de optimale testcapaciteit van het Centraal onderzoek niet wordt benut. In het ideale geval worden, inclusief de herkansing, tussen de 30 en 35 hengsten aangewezen. Dit betekent dat na de instructiedagen en de advisering richting eigenaren, het Centraal onderzoek met 20-25 hengsten gestart kan worden. Een aantal dat voor een kwalitatief goede opleiding en beoordeling als optimaal wordt verondersteld. Gezien het feit dat aanleg als sportpaard zich nog steeds lastig laat voorspellen op basis van beweging aan de hand en vrij bewegen, is het wenselijk de optimale testcapaciteit ook te benutten. Vastgesteld moet worden dat de jury dit aantal niet heeft kunnen vinden, na het screenen van de hengsten op basis van basiseisen (correctheid voor exterieur en beweging) voor deelname.

Kwaliteit
Een goede maat voor de gemiddelde kwaliteit van een lichting hengsten, is de gemiddelde fokwaarde. Deze komt dit jaar uit op 105.1. Uitgaande van het feit dat het streven is om in iedere generatie progressie te boeken, is het de vraag of dit hoog genoeg is. Uit het overzicht van fokwaarden blijkt dat slechts 5 van de 24 jonge hengsten een geschatte fokwaarde hebben, die hoger ligt dan die van hun vader. Uiteraard de fokwaarden kunnen veranderen, met name als van deze hengsten later driejarige nakomelingen gekeurd gaan worden. Uit de praktijk weten we echter, dat stijgingen van 3 indexpunten (of meer) zelden voorkomen. De oorzaak van de relatief lage gemiddelde fokwaarden ligt voor een belangrijk deel in de kwaliteit van de moeders. Slechts zes moeders hebben een fokwaarde voor exterieur van 105 of hoger. We hebben wel eerder vastgesteld, dat we eigenlijk veel te veel merries nodig hebben voor een lichting hengsten (een deel van de topmerries blijft gust, de helft van de drachtigheden resulteert in een merrieveulen, veel jonge hengsten vallen af door het röntgenologisch onderzoek en spermakwaliteit, etc.) Dit resulteert in het feit dat een deel van de jonge hengsten te weinig genetische bagage van de moeder meekrijgt. Ter illustratie, in december publiceerde het KFPS een lijst met de hoogste 125 merries voor exterieurfokwaarden. Slechts één van de moeders van de 24 aangewezen hengsten komt in deze lijst voor. Een aantal moeders met relatief lage fokwaarden beschikt wel over de hogere predicaten. De vraag is hoe dat kan. In een aantal gevallen hebben dergelijke paarden een erg lang generatie-interval. Sommige paarden hebben een pedigree van 20 en soms wel 30 jaar terug. Dergelijke uitstekende merries zou je in plaats van als moeder liever als groot- of overgrootmoeder in de stamboom van een jonge hengst terugzien.

Jonge vaderdieren
Als de gemiddelde fokwaarden van de 25 jonge hengsten vergeleken worden met die van de twee voorgaande jaren, blijkt dat deze een fractie lager is. De verklaring moet hier niet in de moeders gevonden worden. Immers, deze problematiek is van alle tijden. De oorzaak ligt meer in de iets teleurstellende kwaliteit bij de driejarige zonen van de jongste generatie vaderdieren. Van de hengsten goedgekeurd in 2011, 2012 en 2013 (stamboeknummers 467 tot en met 483) stonden een kleine 140 hengsten in de catalogus van de eerste bezichtiging, bijna de helft van de inzendingen. Desondanks werden uit deze 140 hengsten slechts 4 zonen aangewezen voor het CO. Dit terwijl in de voorgaande jaren de meeste doorverwijzingen juist uit deze groep kwamen. Wel vaker is het risico aangegeven van het vrij vertaald: ‘leggen van te veel eieren in één mandje’.

images

eggs-in-one-basket

Zeker als dit jonge goedgekeurde hengsten betreft, die zich nog volledig in de fokkerij moeten bewijzen.
 —————————————————————————————————————————————-
jaar aant vw% ras bouw beenw stap draf tot
2018 25 17.8 104,7 106.3 103,8 103.4 107,1 105,1
2017 23 17.7 105.0 106.8 104.8 103.6 106.4 105.2
2016 30 17.5 104.7 106.8 104.5 104.6 107.1 105.6

 

Tweede- en derde bezichtiging
Als we de gemiddelde fokwaarden van de 25 voor het CO aangewezen hengsten vergelijken met de gemiddelde fokwaarden van de 81 hengsten die aan de tweede bezichtiging hebben deelgenomen, blijkt opvallend genoeg dat hier nagenoeg geen verschil in zit. Verwacht zou mogen worden, dat de selectie in de tweede- en derde bezichtiging, waar 56 hengsten zijn afgevallen, de gemiddelde fokwaarden juist zouden stijgen. Kennelijk komt de jury tijdens de tweede- en derde bezichtiging nauwelijks aan een ‘kwalitatieve selectie’ toe. Veel hengsten vallen af door bijvoorbeeld nevenbevindingen van het röntgenologisch onderzoek (bijvoorbeeld verbening hoefkraakbeen), beenstanden, correctheid exterieur. Zaken die voor sterverklaring geen belemmering vormen, maar voor een goedgekeurde hengst ongewenst zijn.

aant vw% ras bouw beenw stap draf tot
gem. 2e bez. 81 17.8 103.9 105.6 104.5 104.1 105.9 104.9
gem. CO hengsten 25 17.8 104,7 106.3 103,8 103.4 107,1 105,1

 

Spermakwaliteit
Bekend is dat veel genetisch potentieel verloren gaat door de vele afvallers voor spermakwaliteit. Ter illustratie. Na de eerste bezichtiging hadden 38 hengsten een fokwaarde van 106 of hoger. Van deze groep konden 9 niet deelnemen aan de tweede bezichtiging, vanwege een niet toereikende spermakwaliteit. Mogelijk zijn er bovendien hengsten al voorafgaand aan deelname aan de eerste bezichtiging afgevallen vanwege een niet toereikende spermakwaliteit. Deze problematiek staat om deze reden ook hoog op de agenda van de Fokkerijraad van het KFPS.

Verwantschap
Naast exterieur, beweging en afstamming (en dus fokwaarden), speelt ook het verwantschap een belangrijke rol bij de selectie. Een aantal hengsten dankt de selectie voor het verrichtingsonderzoek mede aan het relatief lage verwantschap.

Perspectief
Het is van belang om een analyse van een lichting hengsten te maken. Deze kan als evaluatie dienen voor het te voeren fok- en selectiebeleid. Wat de toegevoegde waarde van deze lichting hengsten zal zijn, zal de tijd gaan uitwijzen. De gemiddelde waarden van een jaargang is hierin nauwelijks interessant. Immers we fokken niet met jaargangen hengsten, maar met een (beperkt) aantal individuele hengsten die uit deze lichting zullen worden goedgekeurd. De kwaliteit van deze individuele hengsten zullen bepalend zijn wat de toegevoegde waarde van deze lichting zal zijn.

 

Bovenstaande is geplukt van de website van het KFPS, (zonder toestemming te vragen, excuses hiervoor), omdat we het belangrijk achten dat een zo groot mogelijk publiek, (merrie-houders met fokkerij aspiraties), zich bewust is van de consequenties van het tot op heden gebruikelijke aanwenden van jonge hengsten waarvan in de fokkerij nog niets bekend is.

 

Ter illustratie nog even onderstaand artikel:

Met dank aan het lijfblad Phryso editie december 2014