filosofie

“….Fokken is gokken…” is dat een waarheid als een koe?

Dit kregen Tye en ik jaren geleden te horen van een oudere gerenommeerde fokker  uit ons Blauhuuster fokgebied. Inmiddels lijkt die bewering deels achterhaald door alle beschikbare informatie die ons door het Stamboek ter hand wordt gesteld. Denk bijvoorbeeld aan de DNA-testen; de zeer uitgebreide vernieuwde website van het Stamboek, inteeltberekeningen met een klik van de muisknop van je computer en ga zo maar door. Een beperkte genenpool verankert zowel de goede, maar helaas ook de minder goede eigenschappen. Met die beperkte genenpool moet je je toch maar zien te redden als fokker.

Door genetische mutatie per generatie (ongeveer 1 procent van de genen muteert per generatie), krijgt elke nieuwe generatie een paar unieke genen mee ten opzichte van de vorige generatie. Je hoopt natuurlijk dat dit de genen zijn die aspecten als vruchtbaarheid, duurzaamheid, vitaliteit etc. kunnen verbeteren.

De komst van de nodige veulens bracht naast slapeloze nachten, ook de wens om met die beperkte genenpool een Friese Zwarte Parel te fokken die niet alleen exterieurmatig het ideaal benadert, maar waar je ook nog leuk de weg mee uit kunt of kan vlammen op een dressuur wedstrijd.

201606270854480001OB.JPG

….En dit willen we graag zien na 18 dagen…

We kijken elke keer  weer uit naar de nieuwe lichting veulens die op dat moment in de maak is. We zijn benieuwd wat het nu weer gaat worden.  Je hoopt natuurlijk altijd op een prachtig veulen. Ooit zei cabaretier Herman Finkers, na het aanschouwen van een oerlelijke baby “oooh wat een lieve baby…..” Dit gaat ook op voor veulens zo is ons gebleken.

Hengstenkeuze

We kijken niet alleen naar faktoren als inteeltpercentage, verwantschapspercentage, karakter, beweging en exterieurvererving, maar ook naar de cijfertjes van directeur Ids Hellinga van het KFPS. We hebben inmiddels de conclusie getrokken dat een definitief goedgekeurde dekhengst meer zekerheid geeft over het te verwachten veulen. Toch willen we de jongste hengsten zeker een kans blijven geven bij onze merrie’s waarvan we al weten hoe ze fokken.

Van harte sluiten we ons aan bij de woorden van inspecteur Sjouke de Groot: “Je dekt niet met de hengstenhouder maar met de hengst.” Een kleine kanttekening wil ik hierbij maken. Tijdens mijn stage-periode bij Hendrik Eppinga was Alke de eerste hengst waar ik mee mocht werken. Ik denk dat niemand mij kwalijk kan nemen dat ik hemel en aarde heb bewogen om een van onze merries drachtig te krijgen van deze hengst. En Tye maar wikken en wegen bij wie hij dan het beste zou kunnen passen.

Alke is de vader van onze Tsjibbrich (Alke468 x Ielke382), zo’n beetje de meest on-verwante drie-jarige, nog veel te jeugdige merrie van het KFPS.

PS…Het is een hele “lieve” merrie.